Editor for this issue: Scott Fults <scott
linguistlist.org>
N e w f r o m H o l l a n d A c a d e m i c G r a p h i c s Kino Jansonius-Schultheiss Twee jaar spraak en taal bij schisis Deze studie gaat over de spraak- en taalvaardigheid van kinderen met een complete lip-, kaak- en/of gehemeltespleet. Door deze schisis hebben zij een verhoogd risico om spraak- en taalproblemen te ontwikkelen. Deze zijn niet het gevolg van cognitieve problemen of problemen in de communicatie van de ouders met hun kind. Behalve de afwijkende spraakmotoriek is er bij schisis ook gehoorverlies ten gevolge van otitis media met effusie (OME). Dit laatste aspect wordt te vaak veronachtzaamd in studies bij schisis. Eenderde van de 30 kinderen met schisis, afkomstig uit vier schisis-behandelteams, heeft op de leeftijd van twee jaar een ernstige spraak- en taalachterstand; tweederde heeft dit niet. Hiervan heeft de ene helft wel een vertraagde of afwijkende fonologie en de andere helft niet. Sommige variabelen worden meer benadeeld door de afwijkende spraak-motoriek bij schisis en andere weer meer door het gehoorverlies. De articulatieproblemen, die kenmerkend zijn voor schisis, bij uitstek aspecten van afwijkende spraakmotoriek, blijken echter minder ernstig aanwezig te zijn als kinderen vroeg middenoordrainage ondergingen. De medische behandeling blijkt eveneens een grote rol te spelen in de kwaliteit van spraak en taal. Kinderen met een normale taalvaardigheid en een normale opbouw van hun klank-systeem hebben niet alleen op tijd, maar ook vroeg, in hun eerste levensjaar, drie belangrijke vormen van medische interventie gekregen. Dit zijn een gehemelteplaatje dat bij de geboorte is aangemeten en lang wordt gedragen (1), middenoordrainage (2) en een vroege chirurgische ingreep om het gehemelte te sluiten (3). Daarmee is zowel de spraakwaarneming als de spraakmotoriek bevorderd. Deze groep kinderen kon tijdig, in een gevoelige periode van aanleg van spraak en taal in het brein, de juiste spraak- en taalinformatie opvangen en uiten. De niet of nauwelijks (nog) sprekende kinderen hadden ernstiger gehoorverlies en onvoldoende medische behandeling ondergaan. Niet eerder werd in de literatuur van spraak- en taalverwerving bij schisis zo uitgebreid ingegaan op de invloed van de spraakwaarneming, vooral die via het gehoor, op spraak en taal bij jonge kinderen met schisis. Er wordt afgerekend met een mening dat de afwijkende articulatie de taalorganisatie op hoger niveau benadeelt. Inhoud 1. Inleiding 2. Van baby tot peuter: de prelexicale periode 3. Van baby tot peuter: de lexicale periode 4. Opzet van onderzoek en werkwijze 5. Algemene variabelen van spraak en taal 6. Fonologie: verworven fonemen en contrasten bij schisis 7. Fonologie: Fonologische processen bij schisis 8. Kind en behandelteam in dialoog 9. Conclusie en discussie Dissertatie Universiteit van Amsterdam/IFOTT. [LOT International Series 17.] Januari 1999. ISBN 90-5569-062-7. Paperback. x+277pp. NLG 64.05 (excl. P&P, VAT). Discounts are available for individuals ordering directly from HAG. <www.hagpub.com> Holland Academic Graphics PO Box 53292 2505 AG The Hague The Netherlands fax: +31 70 448 0177 http://www.hagpub.comMail to author|Respond to list|Read more issues|LINGUIST home page|Top of issue
The following contributing LINGUIST publishers have made their backlists available on the World Wide Web: